We staan op tijd op, om 9u15 zijn we al op pad, langs de rivier richting het pontje, le petit bac’ om de rivier over te steken naar Sainte-Marine… Maar we zijn een uur te vroeg, want ze starten hier pas om 10u30.
Het souvenirwinkeltje is natuurlijk wel open, want de grotere rondvaartboten naar de Glenan-eilanden vertrekken rond 10 u.
Het ferry’tje brengt ons in enkele minuten naar de overzijde, het is wisselvallig, we zijn vertrokken met de regenjasjes aan en regenbroek en paraplu mee. We maken in Sainte-Marine een mooie kustwandeling, tot het uiterste puntje waar een klein fort staat.
We eindigen de wandeling in de regen, als het zonnetje er is, geeft ze warmte maar de temperaturen zijn niet echt hoog. We kiezen om hier op een terras met mooi uitzicht wat te eten, ik ga het gevecht aan met een flinke araignée, daar ben ik even zoet mee.
Retour met de ferry en terug naar de Balena. Het regent vaak in de late namiddag, en we blijven aan boord, wat foto’s downloaden en lezen…
Na 5 nachtjes in Concarneau verlaten we rond 8u30 ‘onze’ ligplaats. Het is bewolkt, droog maar er staat wel wat wind, 4/5 bft, en zuidwestelijk dus het eerste stuk is opkruisend.
Gereefd (en dus een kleiner grootzeil) gaat het nog flink scheef, en er staat een vreemd goldpatroon. Goed sturen is de boodschap maar dan nog is er veel buiswater. Als ‘stuurvrouw’ ben ik snel gepekeld, zout tot in m’n oren. Het is gelukkig geen lange tocht, na 12 mijl zeilen tuigen we af om de rivier L’Odet op te varen, we zijn er tegen laagwater om zo min mogelijk stroom te hebben bij de haven. Want we lazen dat het rond halftij vaak moeilijk is om aan te meren door de eb- of vloedstroom.
We roepen de Marina op en men geeft aan waar we mogen aanmeren. Om 11 u15 liggen we vast.
Na de lunch in de kuip, even platte rust, en dan via de havenmeester, naar het stadje. Wandelend langs de rivier via een mooie promenade, passeren we verscheidene strandjes, zeer uitnodigend wellicht met enkele graden warmer maar vandaag wagen zich slechts enkelingen aan een stranddag of een zwembeurt.
We vinden op de retour een bakker en een grote supermarkt. We eten aan boord en worden flink door elkaar geschud door de ebstroom. De fenders worden flink onder druk gezet 😃… Tegen dat het hoogwater is, liggen we weer bijna stil …
’t is hier goed toeven in Concarneau, dus we betalen nog een nachtje bij. Na ontbijt aan boord en de afwas van gisteren gedaan te hebben, wandelen we naar de Halles waar we afgesproken hebben met Ines en Luc. En vandaag is het de maandagmarkt, iets minder kramen dan op vrijdag maar je vindt er toch weer genoeg. We doen inkopen voor de lunch aan boord, maar belanden eerst toch nog op een lokaal terras.
Met 2 warme baguettes onder de arm en lokale charcuterie, kaas, en cider is het lekker tafelen in de kuip.
In de namiddag maken we nog een toertje met de auto, bestemming Port La Fôret, op amper 10 km, mooi langs de kustlijn maar meer het binnenland in. Hier is een zeer grote jachthaven, met vele megajachten die zich voorbereiden op megawzdstrijden zoals de Route du Rhum ! Ook vele jachtwerven en jachtwinkels. En een heel mooie omgeving met vele bossen en wandelpaden. En fijne stranden… We hadden het op ons lijstje staan om naartoe te varen maar het wordt bij deze geschrapt omdat we er nu met de auto zijn. Volgende keer met de boot.
We hebben afgesproken om samen te dineren in de B&B waar Ines en Luc logeren: we kunnen op het mooie terras nog aperitieven en aansluitend heeft de vrouw des huizes een lekker diner bereid : een salade van venkel met vongole, een Tajine van garnalen en rode paprika en rijst en een verrukkelijke rodevruchten-crumble met Chantilly of boekweitijs…. espresso’tje erna, en dan worden we door Ines en Luc retour naar de haven gebracht. Morgen vertrekken ze richting Noord en wij varen een klein stukje westelijk…
Het voordeel van bezoekers met de auto is dat je verdere trips kan doen 😉, dus dankjulliewel aan Luc en Ines hiervoor…
We starten de Road trip met een bezoekje aan Port Aven, een artistiek stadje met een droogvallende haven aan het einde van een rivier. Snel blijkt dat het niets voor ons zou zijn. Kijk maar naar de foto’s 😄… Pittoresk is het wel.
Tegen de middag arriveren we in het kleine badplaatsje Doëlan, vanwaar een ferry tot het eiland Ile de Groix vertrekt. Er is een kinderboekenfestival aan de gang, maar er staat ook een food truck crêperie de la Moette. Isabelle staat er alleen voor maar ze laat zich niet opjagen, een flesje cider en crêpes salées en sucrées vormen een lekkere Bretoense lunch.
We rijden verder zuidelijk naar het schiereiland dat het begin van de golf van Morbihan aantekent, tot Quibéron. Hier vertrekt dan weer de ferry tot Belle Ile, dat zal ook voor een volgende keer zijn. We wandelen op de dijk en rijden verder langs de route Côte Sauvage tot de megalitische site van Carnac
De laatste stop is bij de grote jachthaven La Trinité sur Mer waar mega-wedstrijdjachten liggen te pronken aan een aparte steiger.
Er vaart net een Belgisch jacht binnen, even kijken of het bekenden zijn 😉… En ja hoor, zeiljacht Axel uit Antwerpen, ik roep even, maar verder contact via Whatsapp want wij moeten weer verder, afspraak voor diner om 20 u.
Het is gezellig tafelen in rest. Le Chantier, en dat duurt wel even als je een grote tourteau voorgeschoteld krijgt 😚…
Gisteren waren we te laat om Les Halles de Concarneau te bezoeken, dus die moeten vandaag bezocht worden… Na wat gerommel aan boord, o.a. de dieseltank aanvullen en beddengoed verversen, gaan we op stap. Bij de viskraam laten we langoustines stomen (‘binnen 6 minuutjes kom je maar terug, dan zijn ze klaar’), boodschappen bij bakker, patissier, Italiaanse slager, kaaskraam en slager… Allemaal verse en lokale producten (behalve de Italiaanse coppa en pancetta 🤭)…
We lunchen aan boord. Kurt poetst de boot buiten en ik binnen. Als we klaar zijn tegen 16 u, krijgen we een berichtje van Luc en Ines, ze arriveren in Concarneau. Ze komen ons bezoeken na hun 3-daagse Normandië-trip. Ze verblijven in een mooie B&B op een 10 km van onze haven. We drinken een aperitiefje in de stad en rijden dan naar de B&B. Aansluitend naar de Balena voor een outside apero.
We hebben gereserveerd in rest. La Croisière, het is er druk, lekkere klassieke rogvleugel op het menu, en fish and chips. Nadien maken we nog een wandeling in de ommuurde Ville Close van Concarneau.
Een dagje zonder groots programma, maar wel : vrijdagse markt met typische kledij- en prullariakramen en een mooi gedeelte groenten-, fruit-, vlees- en kaasaanbod ! En gebraden kip/ribbetjes. Alles ruikt heerlijk en het is niet gemakkelijk om te kiezen.
In de namiddag maken we een klein wandelingetje in het stadje, nog even tot de supermarkt want les halles, de overdekte markt, sloot om 13 u. We kopen nog vis in een klein winkeltje, een mooie lengfilet. En die eten we ’s avonds met verse groentenratatouille.
Het was een wat wisselvallige dag, voormiddag droog, rond de middag enkele buien en nadien terug droog. We zitten vaak in de kuip onder de tent…
Vóór de wekker zijn we wakker en horen we dat het goed regent… Vertrekken is niet aantrekkelijk op deze manier maar wachten tot morgen is geen garantie op droog weer. En in tegenstelling tot Scandinavië, moeten we hier wel degelijk rekening houden met het getij. En dat zegt voor vandaag : vertrek tussen 8 en 9 om de Raz de Sein mee te pakken tij mee.
We maken warm water voor thee en koffie, en gooien snel los, er is geen wind dus tijdens de grijze ochtenduren ontbijten we varend. Kurt doet de regenwacht, bij de Raz de Sein begint het stilaan wat open te trekken. Rond de middag is het droog, en er komt zelfs wat wind, we zeilen een uur of 2 totdat de.wind weer wegvalt. Het is nu wel zonnig en warm geworden.
Tijdens deze tocht zien we vele visserkes en zeilers. Na de kaap bij Raz de Sein, nog een kaap maar hier is beduidend minder stroom, we varen Audierne voorbij, en nadien ook Loctudy en Bénodet. Onze bestemming is Concarneau: we werden al gewaarschuwd dat het best druk kon zijn in deze haven. Zeker in het weekend ! Daarom wilden we graag al op donderdag aanlopen. Reserveren kan sowieso niet.
We arriveren iets voor laagwater, maar de haven is diep genoeg. De aanloop is niet moeilijk, we varen naar de steiger D, die voorbehouden is voor de passanten. Hier vinden we een vrije box (2 plaatsen verder nog één trouwens) en zo liggen we veilig en wel in deze begeerde haven. Even later passeert de vriendelijke havenmeester en bevestigt dat we hier mogen blijven liggen. Kurt gaat meteen naar de capitainerie, die is tot 20 u geopend.
We eten een salade aan boord, lekker buiten maar na ons aperitiefje zet Kurt toch de kuiptent op. Het begint frisser de worden en wat te waaien. Nog even naar het sanitair complex voor een frisse douche.
De voormiddag is snel voorbij, zonder wekker worden we pas om half negen wakker 🤭… Bij het havenkantoor is de boekhoudster aan het werk en dan kan er niet afgerekend worden, straks teruggaan of naar le bureau de Vauban wandelen, da’s bij de buitenhaven.
Kurt gaat op dieseltocht, met het karretje lukt het om in 2 keren, 65 liter aan boord te brengen. Gerust dus voor nog enkele motoruren indien nodig …
Als we bij het andere havenkantoor komen, is men hier in lunchpauze. Dus vangen we onze wandeling aan. Er is op wandelafstand van de haven een historische site, les alignements mégalithes d’Ajatcar. Het zijn nog zo’n 100 menhirs die dateren van ca. 2500 vC. Oorspronkelijk waren het er meer dan 600. Iets verderop ligt een ruïne van een Parijse poëet, enkel de torentjes staan er nog. Van hieruit zijn we snel via de GR-route tot het strand van Pen Hat, prachtig gelegen beneden tussen de kliffenkust. Het water is groen/blauw en erg uitnodigend! Bikini aan dus en hop … het… water…….. in………… WOW even de voeten terug opwarmen… Nadien lukt het tot mijn middel maar zwemmen, neen toch nog te koud. Onze ijsberenperiode ligt even achter ons! Tijd om dat terug op te nemen.
We liggen een halfuurtje op het strand, en wandelen dan verder naar mooie panorama-punten op de kliffen, rond de bovenste punt van Camaret, Pointe de Poulinguet. Dan rustig naar beneden, het strand van Camaret-stad. Kurt gaat naar de havenmeester en we drinken wat op een terrasje. Dan begint het zoals voorspeld te regenen, en stappen we aan boord.
Vanavond kiezen we rest. …. Kraken om te dineren. Geen plaats aan een tafel voor 2, wel aan een grote ronde tafel waar misschien andere mensen bij zullen komen, ‘si cela ne dérange pas’. Geen probleem voor ons. Snel schuiven 2 andere koppels bij aan, ze kennen elkaar ook niet. Ze blijken allebei op weg te zijn met een kleine ‘camionette‘, dus ook rondreizenden. Het ene koppel huurt de van, het andere stel is al aan zijn derde exemplaar toe. Het wordt een gezellige avond. We kiezen uit het menu’tje tapas als voorgerecht en gegrillde leng als plat principal. De kaasplank die volgt is super.
De felle winden van voorgaande dagen zijn gepasseerd, in de haven voel je de bedrijvigheid van vertrekkende zeilers…
We wandelen eerst nog even naar het supermarktje en de bakker van Landéda, op zo’n 1,5 km van de jachthaven.
Tegen 11 u gooien we los, richting zuid, dus moeten we ‘het hoekje’. Het is een noordoostelijke wind, ca. 4/5 bft, we zeilen enkel op de genua en dat gaat heel goed. We kiezen voor de veilige route, dus buitenom de rotsenroute tussen L’Aber Wrach en L’Aber Benoit. We vertrokken een uur voor hoogwater zodat we straks aan het Chenal de Four de stroming met ons hebben.
Alles gaat heel vlot, mooi weertje, goede wind en eens we de kaap voorbij zijn, gijpen we en zeilen we verder over de andere boeg, Camaret, we komen eraan !
We zien mooie kustlijnen, rotsen, vuurtorens,… Rond 16.30 u tuigen we af op de haven binnen te varen. We kiezen voor de binnenhaven, dichtst bij het stadje, de havenmeester vaart ons met zijn motorbootje tegemoet en toont waar we mogen liggen.
Bootje wordt gepoetst en we kunnen in een propere kuip lekker in de zon genieten van een mooi zicht.
Nog teveel wind om te vertrekken, voor de hele dag geven ze hier 6 bft, en golven tot 2 m op zee. No thanks, we beslissen om naar Brest te gaan per bus. We zetten dus de wekker en om 9u10 stappen we vlakbij de haven de bus op richting Lannilis, om daar over te stappen naar Brest. Een klein uur later zijn we in het centrum, bij de toeristische dienst.
Met het stadsplan in de hand en enkele high lights opgezocht via tripadvisor, gaan we op stap. Eerst richting le Château de Brest, waar het Musée de la Marine gehuisvest is. Dat Brest nog steeds een actieve militaire haven is, merk je al snel. Het museum ligt deels op militair domein, en je wordt grondig gecontroleerd bij de entree. Met een audio-rondgang in het Nederlands is het de toeristen gemakkelijk gemaakt. De expositie bestaat uit 2 delen: Brest als belangrijk militair centrum in de 17, 18 en 19e eeuw, en aansluitend de ontwikkelingen na de tweede wereldoorlog. Het is een mooi museum, en vooral ook een verzorgd kader in deze oude burcht.
We wandelen naar de vlakbij gelegen marina… Vanmorgen met trui, jas, sjaal vertrokken, hier in Brest is het ondertussen helemaal open getrokken, en kunnen we lunchen op een terras in de zon… mét zich op de bootjes, of wat dacht je anders 😃.
Spijtig genoeg is de téléphérique in onderhoud, dus is het wandelend verder via le Pont de Recouverance naar de gerenoveerde Ateliers des Capucins, een oude fabriekshal waar na WO2 arbeiders aan het werk werden gesteld voor de opbouw van de stad. Nu doet deze hall dienst als cultureel en artistiek centrum, er is een auditorium en mediatheek, restaurants en bars en je hebt er een mooi uitzicht op de stad en de rede van Brest.
Vlakbij is er de Rue st. Malo en dat is een middeleeuws straatje dat bevolkt wordt door een creatieve bende, een ommetje waard.
We wandelen terug naar het centrum en drinken nog wat in een leuk barretje, Montparnasse, waar een oude buldoghond, met een vampierentand, de wacht houdt 😆.
Terug met de bus gaat even vlot dan deze morgen, nog een bezoek aan de capitainerie om de laatste nacht te voldoen, en dan worden de fietsen terug gedemonteerd en ingeladen. Het is hier beduidend frisser dan in zuidelijker oord Brest.
Dankzij oordopjes hebben we allebei goed geslapen, in de ochtend toch enkele snokken en wat schudden, maar de dempers hebben hun werk gedaan.
Over deze dag kunnen we kort zijn: geen weer om een hond uit te laten. Regen non-stop tot 16 u, daarna buien, wind tot 37 knopen en amper 13/14 graden. Geen zomer vandaag.
Tegen de middag gaat Kurt even in volledige regenoutfit naar het dorp, blijkt toch 1,5 km wandelen te zijn, waar een kerk, een bakker, een slager, een bar tabac en een supermarktje zijn. Als een verzopen kieken komt hij terug, alles kan drogen onder de kuiptent.
En verder vandaag dus: lezen, plannen, radio luisteren en zondag houden… En in een droog moment, naar het sanitair complex douchen, van een excursie gesproken 😅…
We hebben het gevoel dat onze vakantie hier begint: een onbekende haven, een nieuwe regio om te ontdekken. We zijn hier eerder nog nooit geweest, ook niet met de auto.
Als we opstaan, is het voor de eerste keer, zonder zon en blauwe lucht. Wat we wel zien: mist ! Het zou pas vanavond echt gaan waaien en regenen, dus maken we ons klaar om te fietsen. Even een kleine ‘verbouwing’ om alles boven te halen.
Ondertussen maken een aantal schepen zich klaar om zich aan de binnenkant van de grote pier en ponton te leggen, omdat ze anders straks en morgen op de lage wal zouden liggen. En de meteo spreekt toch van winstoten tot 8/9 bft. De havenmeester verwittigt ons dat er straks misschien wel iemand langszij zal gelegd worden. Ja begrijpelijk, maar wel graag iemand van onze maat en geen 37 voet of een stuk groter. Bien-sûr monsieur !
We vertrekken met een gerust hart, via de véloroute littorale 45, soms wat stijgend soms wat dalend, mooie panorama’s langs de rivier, richting Paluden waar we de rivier via een brug kunnen oversteken. Verder is deze Aber niet meer bevaarbaar, maar in het laatste deel vóór de brug liggen vele meerboeien waar het rustig is, beschermd door de glooiende bossen rondom.
We fietsen tot voor de vuurtoren van Île Vierge, eindelijk is het hier wat open getrokken maar het blijft meestal bewolkt. Eigenlijk goed fietsweer, met wel een aanwakkerende wind. We stoppen bij de Bar à huîtres Legris voor een Bretoense ‘tapaslunch’, met, uiteraard, oesters, bigorneaux (kreukels) en rillette de la mer du jour, en dat is vandaag met makreel…
De terugtocht proberen we een andere weg, een kleinere fietsroute, die bij momenten eerder voor mountainbikes lijkt. Sommige stukken gebeuren te voet wegens te steil, maar wel afwisselend. Even stoppen om de regenjasjes boven te halen, maar gelukkig is de regen maar van korte duur, echt nat zijn we zelfs niet. In L’Aber Wrach aangekomen, stoppen we nog even bij de toeristische dienst voor enkele regio-plannekes. We leggen de fietsen vast bij het havenkantoor, bang dat ze vanavond van de steiger zouden vliegen.
In de haven ligt onze boot nog alleen, geen boot langszij dus. De wind zet nu al goed door, onze kuiptent stond al, en zo kunnen we dus nog ‘buiten’ zitten… Een ferm onweer barst los, enkele felle bliksemschichten en oorverdovende donder, zeer dichtbij. En regen… Maar met 4 meertouwen inclusief landvastdemper liggen we rustig aan de hoge wal.
Avond aan boord met muziek, wat lezen en typen en, een beetje verwarming want het begint af te koelen hier. JA, jullie lezen het goed: hier geen 30 graden zoals in de Kempen.
Nog maar net uitgeslapen van een tweedaagse trip, en we staan al klaar voor nog een nachtje doordoen 👌. Zo schieten we mooi op en hebben we veel tijd in de retour om vele plaatsjes te bezoeken.
Ik wandel even naar het centrum, naar bakker en slager, en Kurt ruimt op. Voor ons vertrek vervangen we de high aspect door de grotere genua. Er is niet teveel wind voorspeld en voor onze koers zou dat bovendien een zeer ruime of achterlijke wind zijn.
Nog even afscheid nemen van Jean, de Belgische wereldzeiler die jaloers is, omdat hij eigenlijk ook richting Roscoff of L’Aber Wrach zou willen, maar een nachttocht ziet hij niet meer zitten. We gooien los om 10u45, onder een blauwe hemel en met veel zon. Het was mooi liggen in Cherbourg.
Voor dit stukje tocht is het belangrijk om juist te rekenen ivm stroom: de Cap de la Hague is niet om mee te lachen. Het is nu wel rustig weer, lees weinig wind, maar het is wel springtij, dus grotere stroomsnelheden. Tot de Cap motoren we, maar we zijn wat vroeg, en proberen toch te zeilen met het weinig wind dat er is… Maar dit is geen optie, dus toch de motor bij. En dan rond 13u30 /14 u de Alderney Race in… Het valt allemaal goed mee, het is hier uitzonderlijk rustig, geen high speed ferries meer gezien zoals eerder, slechts enkele ferries, en een groot cruiseschip dat vanaf Guersney vertrok. We varen hier wel door grote velden zeewier en zeegras, en moeten enkele keren de motor in achteruit zetten, zodat de slierten uit de schroef kunnen draaien.
We varen via de Big Russell tussen Herm en Sark zuidelijk, en dan zetten we koers richting L’Aber Wrach. Aan boord kunnen we dankzij het rustige weer koken en eten, en lezen en uitkijk houden. Na zonsondergang neem ik de eerste uitkijk, de maan laat op zich wachten… Kurt neemt opnieuw de nachtshift, en rond 4u30 terug wissel. We zijn verbaasd over hoe rustig het hier is, geen enkele visser, of cargo of andere zeiler gezien. We zijn hier precies alleen op de wereld.
’s Nachts trekt de wind wat aan, en met de genua erbij, lopen we dan toch een knoop sneller. De ochtend kondigt zich zonnig aan, maar 30 graden zoals in België wordt het hier gelukkig niet. Stilaan komt er land in zicht, en dat kenmerkt zich met vele vuurtorens. Ook vannacht hebben we een aantal lichten van torens gezien op meer dan 30 mijl afstand.
L’Aber Wrach ligt op een rivier, zo’n 2 mijl vanaf de zee, de vaargeul is aangeduid met grote stenen boeien met namen als Le Grand Pot de Beurre en Le Petit Pot de Beurre 😁. We vragen aan de havenmeester om aan de binnenkant van de passantensteiger te liggen, en daar is nog een plaatsje voor een 10 meter, aan de hoge wal. De Engelse buurman vraagt ons meteen: “komen jullie ook schuilen voor de storm ?” Het zou inderdaad vanaf morgenavond en ook zondag goed waaien en regenen. Dus leggen we de Balena maar gelijk goed vast voor wat komen kan. Ondertussen is het echter heel warm, en lijkt een storm ver weg.
Het is mooi liggen hier, we kijken op de rivier, op de meerboeien, op de oesterbedden en de zeewier-farms. Vele kleine amateurvisserkes varen op en af, en aan het grote ponton bij onze boot, staan 2 mannen te vissen en met netten krabben te vangen. Binnen een mum van tijd hebben ze een tiental spinkrabben opgehaald, en ze bieden ons spontaan twee stuks aan, maar ik moet eerst mijn grootste ‘casserolle’ tonen. Hij meet 2 krabben af op de maat van de pot, en geeft het recept: demi-demi koken (helft zeewater/helft zoetwater), en dan de krabben 20′ koken, afgieten en laten afkoelen. De krabben worden geruild voor Duvels 😀. Zo is het probleem van wat eten we vanavond, snel opgelost.
Als we in de kuip aan het eten zijn, meert aan de buitenkant van onze steiger, een groot Engels motorjacht aan, het frêle vrouwtje loopt heen en weer om de landvasten te beleggen, en meneer geeft vanuit de hoogte zijn instructies, die op niets trekken. Met de hulp van onze vriendelijke buurman, lukt het om deze kolos vast te leggen. Maar het blijft natuurlijk de lage wal, en dat zal morgen niet van de poes zijn om hier weg te geraken.
We kiezen vandaag voor een langer traject, we houden de mooie Baie de la Somme en Baie de la Seine voor de retour, en laten ze dus links liggen.
De zon is opnieuw van de partij, en de nacht zou verlicht moeten worden door de vollemaan !
Bezoekje bij de havenmeester, naar de bakker en ook schaffen we een verse campingaz-fles aan. We maken lunchpakketjes klaar, enkele thermossen heet water voor koffie of thee, en rond 11 u vertrekken we, op naar de Normandie !
Grootzeil en halfwinder maken zich op voor een mooie tocht … Genoeg wind om mooi vol te staan, en zo kunnen we ontspannen zeilen, autopilot houdt mooi koers aan de zuidzijde van de traffic lane, en we kunnen rustig uitkijk houden, lezen of al ‘voor’-slapen (slapen om de nachtwacht straks te doen 😉).
Het non-alcoholisch aperitiefje is nog maar net geserveerd, of de wind begint aan te wakkeren… Dus eerst die halfwinder naar beneden, en de fok uitgerold. We blijven mooie vaart houden en gaan niet te schuin: er kan dus gekookt worden.
Na alle kleine opruimwerkjes, kleden we ons warmer aan, rond 20 u is het een stuk frisser, en jezelf warm houden is één van de belangrijkste items voor een nachttraject.
Kurt probeert even te slapen rond 22 u maar er is nu al veel geklapper van de zeilen omdat de wind geruimd is zodat we meer voor de wind komen, dus wordt het de fok uitgeboomd, zodat dit iets meer stabiliteit brengt. Mooie zonsondergang en pas een uur later zien we een rode maan uit het water komen… Die klimt stilletjes en wordt mooi gelig van kleur.
Dinsdag wordt vanzelf woensdag en echt donker wordt het dus niet dankzij de supermoon…
Rond 1 uur probeer ik te slapen maar al snel veel gestommel boven, er kan niet meer gezeild worden, zeilen weg en dat wordt dus op motor verder. En slapen maar, Kurt houdt de nachtwacht van 3 tot 5u30. Het is heel stil in deze regio, niks gezien, enkel wat medezeilers die de nacht meedoen… Ook de Blauwe Zwaan, die wachtte op tij mee vanaf Boulogne.
Mijn ochtendwacht is er eentje met zwarte koffie en al wat lezen/rekenen voor de volgende trip, nl. vanaf cherbourg om Cap de la Hague te ronden… We ontbijten samen in de zon ☀️ met een omeletje en parmaham.
We ruimen de boot op en poetsen binnen en buiten een beetje, en zo naderen we Cherbourg, dat in deze condities een mediterrane haven lijkt. We kiezen ons zelf een box, aan één van de passantensteigers maar als we bij het kantoor gaan betalen, blijkt deze steiger niet voor bezoekers te zijn : we vonden het al rare, het leken allemaal nogal ‘vreemde vogels’ die hier aangemeerd lagen 😉.
We krijgen dus een box aan een ander ponton toegewezen, en als we in de box varen, worden we geholpen en verwelkomd door Jean Heylbroek, Belgische wereldzeiler en auteur van ‘De wereld is rond’, we liggen tegenover zijn Charist Lady. Haha, de wereld is niet alleen rond, ook klein 😄.
Na een deugddoende en frisse douche, is het tijd voor een eerste echte Franse avond, in het restaurant van de haven smaken de eerste bulots en oesters van St. Vast fantastisch.
Een blauwe hemel, veel zon en mooie wolkjes tekenen deze dag. We maken ons zonder haast klaar voor een verse zeildag : in de ochtend staat er nog een flinke bries.
Na bezoek aan de havenmeester, vertrekken we, meteen zeilen naar boven, er staan wat golven maar de wind zit noordwest dus halvewinds voor het eerste deel tot Cap Blanc Nez… En nadien zien we wel.
Bij de geul van de trappegeer wordt de halfwinder boven gehaald en wordt deze gehesen, altijd wat werk maar als hij staat, kunnen we rustig zeilen. We halen een 38-voeter in en steken hem voorbij…
Maar na 4 uren zeilen, slinkt de snelheid en valt de wind weg. Op motor verder dus, vanaf Duinkerken… We varen op een blauwgroene zee, rustig voorbij Calais: hier zijn we blijkbaar op het spitsuur, we zien 3 ferry’s buitenvaren en er komen er ook 3 binnen… dan dichtbij de kapen Blanc Nez en Gris Nez, prachtig in het zonnetje en de kleine kuststadjes Wissant, Ambleleuse. Wimereux… Tot we bij de grote zeehaven Boulogne-sur-Mer arriveren. Tegen 21 u nog steeds een aangename temperatuur. Hoewel de jachthaven nog een aantal werken aan het uitvoeren is na schade door onweer in najaar 2021, had men ons telefonisch gerustgesteld dat we welkom waren. En inderdaad, we vonden snel een plaats in een brede box, langszij de Blauwe Zwaan, klaar voor vertrek richting de Carieb…
Wegens platte zee en op motor hebben we tijdens de tocht zelfs aardappeltjes kunnen koken, op ons menu dus met stoofvlees van chef Kurt en tomaatjes…
In Boulogne weet je dat er steeds wat beweging is, met name door de vele kleine vissersbootjes die op elk uur van de dag buiten varen. Maar dat belet ons niet om snel in slaap gewiegd te worden.