Dinsdag & woensdag 15 en 16 juli : Kirkwall – Peterhead (116 M)
Wat een rustige tocht met weinig wind “op kop” zou zijn, resulteerde in een fifthy-fifthy pittige zeil/motortocht.
We verlieten Kirkwall rond 10u. In de ochtend had het nog goed geregend, maar na vertrek niets meer. Wel zien we boven het land de lage bewolking hangen, die voor mist kan zorgen. Uiteindelijk niets van betekenis.
Het eerste stuk is oostelijk en sowieso op motor tussen de eilanden om zo de Orkneys achter ons te laten. Dan zuid/zuidoost maar wegens in de neus sturen we zuid en zeilen we dus scherp. De wind trekt aan en het is bumpy… ik ben er weer even zeeziekerig door, ondanks de medicatie. Een reef in de grootzeil maakt het iets stabieler en was bovendien nodig. We wisselen af met uitkijk houden en binnen wat rusten in de namiddag. We hopen allebei om al wat te pre-slapen maar het gaat teveel tekeer.
Als we bij het gigantische windmolenpark arriveren, moeten we de koers verleggen, en gaan we overstag. Maar dat is geen goed resultaat : de stroom is nu tegen en de voorliggende koers is ca. 45 °. Dat gaan we dus niet doen. Dan maar dit rak compenseren op de motor, wat een stamperig gedoe is. Maar het schip gaat er goed door.
Ik kom er wat door en we moeten toch wat eten : een quiche in de oven verwarmt meteen de kajuit en dat is nodig want we voelen het afkoelen. Overigens was het deze namiddag wel erg zonnig.
Opnieuw is het zeer rustig qua verkeer. Rond 22u zijn we voorbij het windmolenpark, en kunnen we ons terug zuidelijk zeilen. Dichter bij het land, valt de wind weg en loopt de stroom tegen. Het begint donker te worden. Weliswaar niet lang.
Het donkerste deel van de nacht gaat verder op motor.
Kurt houdt eerst wacht tot 1 u en nadien neem ik over, we passeren de haven van Fraserburgh, daar is wat cargo- en vissersbeweging maar de halve maan verlicht fel.
Tegen 5u30 lopen we Peterhead aan en hebben snel een box gekozen. Deze haven is werkelijk eenvoudig aan te lopen en er is altijd plaats. Enige oplettendheid bij laagwater is geboden.
Nog even de boot afspoelen want die heeft wel als duikboot zijn best gedaan om helemaal onder het zout te hangen. Met één tasje koffie kruipen we nog enkele uren onder de dons.
Tegen 10u30 worden we wakker. Ontbijten en douchen. Dan nog even praatje hier praatje daar. Er ligt een Hallberg Rassy 34 uit Duitsland.
Traditie getrouw vult Kurt de mazout terug bij. De havenmeester spreekt hem aan als hij hem met zijn bidons ziet wandelen : “Of hij diesel wil tanken?” Heu, ja, maar geen rode zonder taxen. Blijkt dat de havenpomp stuk is, en dat ze het hun plicht vinden om de mensen naar en van het tankstation te brengen. Het spaart een flinke wandeling (leeg) naar boven, vol terug naar beneden. We kunnen er weer even mee verder.
We rusten wat uit van de bumpy reis, gelukkig weer mooi ennzonnig weer deze woensdag. Ondertussen komen nog andere schepen binnen, oa solozeiler Above Mean Sea Level uit Lelystad (Beneteau Oceanis 46) en een Bavaria 46 met een schipperscrew (met o.a. een Belg en een Amerikaan). En we liggen naast zeiljacht Pearl, Ian en Elly die we in Blyth ontmoet hebben enkele weken geleden ! Ze herkenden Kurt eerst niet maar nadien, met mij 😉 en de boot erbij, viel hun frank.


































































































































































































