Rustige nacht, en mooie ochtend. Droog, fris, maar zonnig. We hebben geen haast, beetje opruimen, weerberichten bekijken, toeristische info bovenhalen…
Rond de middag arriveert nog een Nederlandse boot, de Uisge Beathe uit Herkingen, waarvan we eerder het blog volgden omdat die een rondje UK maakt. Ook een Canadese zeiler vaart binnen. Eer we klaar zijn voor onze wandeling, is het na 13 u.
We stappen via het strandje van de marina naar de stad, en de grote vissershaven van Peterhead. Je ziet duidelijk dat de visserij hier moet inboeten,… Het is allemaal wat verloederd, ook armoedig… beetje troosteloos.
De winkelstraat is natuurlijk ook tamelijk verlaten op een zondag. We belanden in een grote pub, en nemen er een late sunday lunch.
Als we terug in de haven komen, vaart opnieuw een Belgisch jacht binnen, de Sea Breeze uit het Goese Sas… Zeeland is hier ondertussen goed vertegenwoordigd, en in totaal tellen we nu 6 lagelandenzeilers.
Er wordt leuk gepalaverd op de steigers over bestemmingen en weer… uiteindelijk beslist ieder voor zich wat het wordt… maar met de meteo die we nu hebben, ziet het er voor morgen en ook verder, niet fantastisch uit.
We leggen enkele extra landvasten met schokdempers om de aangekondigde windstoten op te vangen…
We aperitieven met Jules en Lieve op de Fast Jodocus onder een warm zonnetje en maken het vanavond niet te laat.
Bewolkte ochtend en vroeg vertrek om 7.15, verwachte wind is oost-zuidoost, 3 en 4 bft, later 5, 6 ‘for a while. Vanuit Blyth is dat een ruime wind, dus dat moet wel gaan. Doel is Peterhead, hetgeen een alternatief is voor 3 dagetappes, zo slagen we Eyemouth en Stonehaven over.
In Eyemouth zijn we geweest in 2011, en in Stonehaven zijn niet veel diepe plaatsen : de komende dagen met wat wind te verwachten, willen we er niet op de lage wal liggen knotsen. Daarom dus deze lange afstand, met Peterhead als grotere en veilige haven die steeds toegankelijk is.
De eerste uren gaan rustig, we kunnen lezen, ’s middags maak ik bruschetta met tomaatjes en kaas, zo heb je wat om handen…. We varen stilaan een eind uit de kust, geen lobsterspots meer wegens te diep, en verder geen boot te bespeuren… behalve, een boot met spinakker die we van ver zien komen. AIS bevestigt dat de Fast Jodocus ons aan het inhalen is. Lieve en Jules zijn 2 uur na ons vertrokken, en zeilen ook naar Peterhead. We blijven lang in de buurt van elkaar.
Stilaan neemt de wind zoals verwacht toe, en de stroom komt tegen. Een raar golvenpatroon, maar met de twee reven die we zetten, kan de automatische piloot het goed verduren… als we achterom kijken, zien we grote golven op ons afkomen, maar ons bootje schuift er telkens elegant af. We lopen nooit uit het roer.
’s Avonds wordt de laatste stoverij opgewarmd, en zijn we klaar voor de avondshift. Opnieuw hebben we een wachtensysteem van 2 uren opgesteld, zelfde uren als de vorige nachtwacht. Het lijkt wel een koudere nacht te zijn. Diegene die rust, kruipt in de slaapzak binnen, die voor het eerst mee aan boord is. Niemand gezien, behalve rond middernacht, een werkschip met beperkte maneuvreerbaarheid, en fel verlicht, dat ons dichtbij achterlangs zou passeren. Voor alle zekerheid roept Kurt de Despina op, en deze vraagt om onze zeilen te verlichten zodat hij ons beter kan zien, ondanks onze juiste zeilverlichting. Soit, de Despina is zo vriendelijk koers te verleggen en dat is eigenlijk het enig vermeldenwaardige. Druk is het hier überhaupt niet.
’s morgens tijdens Kurt zijn wacht ontstaat er plaatselijke mist, gelukkig is er geen beroepsvaart in de buurt. Ondertussen zit de stroom serieus tegen, en is de wind ook teruggevallen, het gaat tergend traag en de motor gaat voor de laatste twee uur op.
Vlak voor Peterhead klaart het open, zien we de vuurtoren en een elektriciteitscentrale en lopen we de grote haven aan. Port Autority geeft toestemming om binnen te varen, en bij de marina staan havenmeester Ian en Jules van Fast Jodocus klaar om te helpen aanmeren. Iets minder dan 28 u. na vertrek, liggen we vast in de eerste Schotse haven dit jaar. We hebben 151 mijl afgelegd. Tijd om wat op te warmen. Het klaart helemaal open, we hangen alle zeilkledij op, en dutten even in.
De marina van Peterhead is gemakkelijk aan te lopen, er zijn stevige steigers en ruime boxen. We liggen met drie Belgische boten op een rijtje (Fast Jodocus en Drunken Duck). Opvallend want meestal zijn Nederlandse boten in de meerderheid. In de namiddag zeilt een NL solozeiler met een Etap binnen.
We bezoeken de havenmeester en krijgen de sleutel van de haven, aansluitend wandelen we richting het stadje, maar verder dan de supermarkt geraken we niet.
Een kleine pasta, en nog even weerberichten kijken, maar al gauw beslissen we om morgen hier te blijven. Het is niet donker als we gaan slapen 😀…
Wakker onder een staalblauwe hemel ! Wat een verschil met de 2 vorige dagen: Whitby is een leuk stadje maar vandaag kleuren de vele vissersbootjes en geschilderde huisjes 100 keer mooier!
Hoogwater is om 12.07 en de brug wordt de eerste keer geopend om 10.07, dus nog voldoende tijd voor douche, bakker, betalen bij de havenmeester en omeletje maken voor onderweg.
Samen met Fast Jodocus en Bonnie (uit Blyth), die naast ons afgemeerd is, gooien we om 10 u. los en verlaten we Whitby via de swinge bridge. Enthousiast worden de zeilen gehesen maar de 2 bft wind en tij dat tegen staat, overtuigen ons snel om deze eerste uren te motoren. Weg is weg en met dit Mediterraans weer, is dat geen straf.
Na enkele uren wordt het ijzeren zeil door de dacron vervangen en dat is natuurlijk veel rustiger. Kurt probeert te vissen met het paravaantje, tevergeefs. Dus nog geen makreel op het menu.
Plots horen we het gespuit van een dolfijn, en inderdaad, rond de Balena zwemmen en spelen 4 echt grote witflankdolfijnen… zo mooi, ze zwemmen soms heel snel en dan weer heel traag langs de romp en de boeg van onze boot. Kurt haalt natuurlijk snel zijn visveertjes binnen, we willen geen dolfijn aan de haak slaan !
We proberen foto’s te nemen, dat lukt wel maar filmen is nog wat anders. Ze zwemmen weg van bij ons, naar de Fast Jodocus die ons inloopt. Nadien komt de vierkoppige groep terug naar ons en kunnen we wel filmen. Fantastisch, en dit dus in de Noordzee tussen Whitby en Blyth… een uniek moment.
Het blijft een rustig windje, 3 bft amper, in de late middag kunnen we mooi zeilen, vanaf 18 u. beduidend frisser, het is dan nog 2 uurtjes. Ik voel me goed dus kan er nu wel gekookt worden : verse courgettesliertjes en look in de oven met bolognesesaus.
Om 20 u varen we het grote havenhoofd van Blyth binnen, na de toelating gekregen te hebben. In de Marina liggen 2 passanten aan de lange bezoekerssteiger, waaronder de Fast Jodocus.
We zijn dus weer een flink eind noordelijk opgeschoten, deze marina is wat afgelegen van de stad, we stappen enkel even binnen in het clubhuis dat gehuisvest is in één van de enige nog bestaande houten lichtschepen. De bar is open maar er is geen volk: vorige keer waren we hier op een woensdagavond, en heerste er een gezellige drukte vanwege de weekwedstrijdjes.
We drinken wat en betalen voor de nacht, hopelijk morgen net zo’n weer !
Veel wind vannacht, nog steeds zwaar bewolkt en grijs weer. En bovendien noord en noordwesten winden, guur weer, nog kouder dan gisteren .
We vertrekken rond een uur of 11 opnieuw in warm wandeltenue, maar met de bus tot het kleine vissersdorpje en smokkelaarsnest Staithes, een halfuurtje verder. Vanaf de bushalte een eindje dalend kom je vanzelf in het dorpje, dat door vele wandelaars bezocht wordt, er is een droogvallend haventje, met oude vissersbootjes en op de kades de klassieke lobsterpots, waarmee de kreeft hier opgevist wordt.
We lunchen in de local pub, Cod & Lobster, en klimmen dan het dorp uit, om zo op het Cleveland Coastal Path te komen. Dit pad leidt ons langs de mooie kliffen via baaikes, soms wat slipperig en modderig, maar met panoramische vergezichten…hoewel allemaal grijs.
Soit, het is wandelweer en we troosten ons met de gedachte dat 30 graden geen wandelweer is.
Bij Runswick Bay verlaten we de kustlijn en nemen we de bus terug tot Whitby.
Terug aan boord wordt de mazout bijgevuld en Kurt gaat ook nieuwe diesel tanken in het stadje. Watertank wordt ook gevuld en olie wordt nog eens gecheckt. Kans bestaat dat er morgen wat gemotord zal moeten worden.
Na ons diner ab komen Lieve en Jules van de Fast Jocodus nog wat drinken
Onze eerste echte vakantie-rustdag is een natte… het heeft hard geregend vannacht, het is grijs en mistig dus we hebben geen haast om buiten te gaan. Laat ontbijten en binnen wat oprommelen na 3 lange dagen onderweg.
Omdat het toch niet lijkt op te klaren, vertrekken we met wandelschoenen, fleece en regenjassen, incl. grote paraplu voor een rondje Whitby. Langs de haven achterom naar boven, richting de abdij en het aanpalende kerkhof, in de grijze fog, is het allemaal wat mysterieus… ca.16 graden . En weten dat jullie allemaal aan het puffen zijn bij minimum 30 gr.
Na de afdaling tot in het stadje, stappen we een mooie oude pub binnen, zicht op de kaaien en op… de grijze rivier.
Terug op de boot gaat gezellig de keramische verwarming op 😏. Volgens de weerkaarten van Europa hebben we er de koudste regio uitgekozen op dit moment. Zelfs noordelijker in Schotland is het warmer dan in Whitby vandaag.
Dat weerhoudt ons niet om een gezellige avond te beleven aan boord (a/b) van de Fast Jodocus; Irene en Gordon blijven niet te lang, ze vertrekken morgen. Wij nog niet.
Als ik om 6 u. wakker word, liggen we een beetje scheef en goed vast in de soft mud, een vreemd gevoel. Rond 10 u wilen we buiten varen met hoogwater.
Kurt gaat ponden cashen, en betalen bij de havenmeester: 3 bedienden voor een haventje waar amper passanten komen.
Spijtig genoeg hebben we geen foto van deze nacht, we zouden dan volledig droog in de modder gelegen hebben.
We vertrekken net voor hoogwater, het is bewolkt en geen sprake van een hittegolf, on the contrary, fleece en regenjasje moeten bovengehaald worden. Er is te weinig wind om te zeilen, we hebben enkele keren geprobeerd, maar met 2 knopen snelheid, nog geen 4 km per uur, kom je niet ver. Bovendien moeten we eerst de kaap van Flamborough Head met mooie vuurtoren ronden, en daar stroomt het ook voldoende.
De swell op de zee (geen echte golven, maar een lome beweging) maakt me alweer snel zeeziek, te laat een pilleke genomen, stomstomstom, als een dweil op de bank binnen. Maar eigenlijk mis ik niet zoveel, want het is motoren en het zicht wordt alsmaar slechter… en het begint ook te motregenen. Als we rond 16.30 de haven aanlopen, is het precies een winters Whitby-tafereel… een mistig zicht op de abdij-ruïne doet denken aan een spooky film. En dan hoor je om de minuut ook nog de misthoorn om de weg te wijzen.
Bridlington
Bridlington
Bridlington
Op zee
De kliffen in het grijs
Zeeziek…
Whitby in de mist
Samen met Explosion richting haven
De swinge bridge in Whitby
We varen de dubbele havenhoofden van Whitby binnen en worden al snel opgeroepen door de havenmeester. We moeten de swinge bridge passeren, en dat kan pas om 20 u. : we meren aan een wachtpontoon af. Iets later komt een Nederlands jacht zich bij ons vervoegen. Tijd om te eten en als ook de afwas gedaan is, roepen we de brugwachter op. Ook hier weer veel werkvolk voor 2 jachten, 2 brugwachters en op de steiger van de marina staat de hulphavenmeester klaar om ons te helpen… maar de man kan zelfs geen touw vast beleggen, en wordt geholpen door een kranige Nederlandse dame die aan de andere kant van het ponton ligt…
We zien nu dat we vlak achter Fast Jodocus liggen, zeiljacht uit Wolphaartsdijk. We correspondeerden vorig jaar via mail en wisselden informatie uit over de Eider en de Limfjord, maar hadden elkaar nog niet ontmoet… en dat doen we dus nu hier in Whitby. We worden door de Nederlandse Irene en haar Britse man Gordon uitgenodigd op hun grote zeiljacht Fereale, Jules en Lieve zaten er ook al op visite. Een leuke avond met veel zeilwijsheid.
We sluiten deze grijze dag af met een aller welkome douche in het mooie sanitaire complex.
De wekker staat zoals in de week, dwz om 5.30 op en kwart na zes vertrekken we : samen met een vroege vissersbende die al aan het eerste biertje zit : 7 u. zijn we op zee ! Zeilen op en weg zijn we.
Het is al zonnig, nog fris uiteraard maar stilaan warmt de dag op en Kurt heeft al vroeg de lange voor een korte broek gewisseld.
Als we de ondiepe delen met zandbanken vrij zijn, is de North Hinder Junction een belangrijk knooppunt voor de grote commerciële vaart dat we moeten passeren. De recommended route is spijtig genoeg niet de kortste. We houden ons hieraan en dat betekent ca. 10 mijl meer dan een directe route, spijtig maar beter geen gezeur van de Kustwacht.
We zeilen lekker, halvewinds meestal soms iets scherper maar alleszins een comfortabele koers. Voor alle zekerheid en zeker bij aanvang van de zeilreis nemen we allebei ons zeeziektepilletje, je weet maar nooit…
De Engelse vlag wordt gehesen…
In de Trafic Lane, die we loodrecht kruisen, zijn er twee schepen in het eerste deel en een stuk of vier in de zuidgaande route. Eerder rustig dus. En als we daarvan af zijn, beslissen we om ons plan om deze nacht verder te zeilen, door te zetten.
Lowestoft was een alternatief en zouden we aanlopen ca. 22/23 u, maar we sturen dus iets noordelijker omdat we dan niet tussen de zandbanken bij Lowestoft en Great Yarmouth moeten laveren.
De wind is intussen wat aangetrokken, van 3 tot 4 bft tot 5… stoten soms 6. We kwakkelen wat meer, de golven worden groter en we zetten gelijk 2 reven, dat wordt rustiger eten, ook voor de derde man, ons stuurmaatje Massimo, is het beter te doen. (= automatisch stuur zodat we zelf niet altijd aan de helmstok moeten hangen 😗).
Rond 19 u. verwarm ik het verse stoofvlees, zonder aardappeltjes, gewoon wat roggebrood erbij, de fut om meer te koken zit er nog niet in. Het vlees is heel lekker en toch smaakt het me niet echt…
Voor de nacht hebben we afgesproken om elk om de beurt 2 uurtjes te slapen/rusten en wacht/uitkijk te houden. Kurt gaat binnen om 21 u. en ik mag dus de langste dag afsluiten en dat is met een mooie rode zonsondergang, rond 22.15… nadien nog een mooie roze hemel. Het koelt nu af ! Leuk want ik mag naar binnen.
Om 23 u. houdt Kurt de uitkijk, soms een alarmgepiep van de ais, wat wil zeggen dat een cargoschip of ander groot schip in de buurt, een aanvaringskoers heeft of althans dicht in de buurt komt : altijd in het oog houden dus.
Om 1 uur, we zijn dus al zondag, stap ik de nacht in, mooie sterrenhemel en een halve oranje gekleurde maan, zeer mooi.
We zeilen heel de nacht, maar nu hier bij het ronden van deze kop, staat er heel veel stroom tegen en hier zijn ook zogenaamde “eddies”: dat zijn lokale calamiteiten zeg maar 🙂, waterrafelingen en onderstromen die ontstaan door ondiepe delen en de invloed van de stroom en de kaap. Erg onrustig water op een bepaald moment. Ook 2 grote ferries passeren ons, de Pride of Hull en de Pride of Bruges en die stinken behoorlijk.
Om 3 uur word ik dan afgelost , terug reddingsvest, zeilpak en warmste kledij uit, en dan voel ik me dus echt misselijk worden. Een klein emmertje naast de zetel en inderdaad, niet lang nadien is de maag dankbaar. Even slapen doet ook goed. Shift tot 5 uur wordt iets later aangevangen en zo ben ik al te laat voor de opkomende zon…
Om 7 uur, dus 24 uur na vertrek, hebben we 136 mijl afgelegd. Tot Bridlington is het dan nog ca.85 mijl. Nog een stevige dag dus.
Vandaag, zondag, start veel meer bewolkt dan gisteren, rond de middag komt het zonnetje piepen, dat doet goed. We wisselen elkaar nog een tijdje af: de ene buiten, de andere binnen. De tomatensoep met balletjes ’s middags, bevalt me al veel beter.
En zo naderen we stilaan Bridlington : we belden deze namiddag al even naar de haven, geen harbour master aan de lijn, wel één van de Watch Keepers, die dag en nacht paraat zijn. Hij klinkt nogal chaotisch en onwetend, want als ik vraag wanneer we met 1,85 m diepte binnen kunnen varen, antwoordt hij : “Yes, no problem, but you sink in the mud”. OK, dat wisten we.
We varen nu 38 uren zeilen, zeer langzaam de haven binnen, de Watch Keeper springt zij auto in, en komt ons helpen aanmeren. Echter in de vaargeul, maar dichtbij een nederlandse motorboot varen we vast. Het is nog 2 uur voor hoogwater, dus even enkele lijntjes tot de andere boot, en wachten. Ondertussen komt een tweede Watch Keeper kijken, en zegt : Oeioei, 1.85 diep ! dat zijn niet gemakkelijk lukken om in de box te geraken. Ze zijn vriendelijk maar allebei nogal “onwetend” als het om yachten gaat. Ze zijn er voornamelijk voor de vissers, maar ze vangen wel de jachten op als de Harbour Master er niet is.
We proberen nog een keer om verder te varen, maar enkele meters verder, opnieuw vast, en het is nu bijna hoogwater. Zo beslissen we om naast de motorboot te blijven liggen. We snakken allebei naar een frisse douche, maar ik kan gewoon niet af en op die motorboot. Walstroom lukt nog wel.
We zijn een beetje overrompeld door deze situatie ; ik had gelezen dat deze haven erop vooruitgegaan is, maar alleszins voor jachten met een iets diepere kiel, is het niet zo evident. We beginnen te rekenen, en we gaan naar doodtij. Bedoeling was om morgen maandag hier te blijven liggen, maar dinsdag en woensdag zou het veel regenen en waaien, en als we dan ook nog hier moeten blijven liggen, hoe gaat de situatie dan zijn. Het hoogwater is dan ook nog eens een stuk lager dan nu…
Besluiten dus om morgen toch te vertrekken. We zien wel wat de dag brengt.
Alleszins zijn we content om deze 222 mijl afgelegd hebben, ineens een hele sprong, en onze langste tocht die we deden. En daarbij hebben we slecht één uurtje gemotord op zee, het was prachtig zeilen, en de temperaturen waren OK. Het motregende een beetje toen we Bridlington aanliepen.
Met de laatste spullen, verse voeding en niet vergeten, het reddingsvlot dat nog niet aan boord was, verlaten we Schoten.
Het was de afgelopen week onstabiel weer, met woensdagavond nog grote regenval in Kalmthout en Kapellen, en Putte ook. En volgende week wordt een hittegolf voorspeld. Maar onze koppen staan richting Schotland, en daar zal ’t zeker geen 30 graden zijn, gelukkig ! We zullen blij zijn dat het niet te veel regent . We tanken vers water en vullen de ijskast, iets voor 19 u gooien we los, byebye Wolphaartsdijk, tot binnen 6 weken.
Snel geschut in de zandkreek sluis, op motor tot de Zeelandbrug en dan met de noordelijke wind in een mooi rak gezeild tot de Marina van de Roompot op een lege Oosterschelde, waar we rond 22.15 aan de passantensteiger afmeren.
Onderweg hebben we gegeten, enkel de afwas rest ons nog maar eerst sjorren we het life raft nog vast op het dek. Morgen op tijd op, “England: here we come !😀”
Ons eerste zeiltripje op het Veerse meer is er één op de fok, want het grootzeil staat er nog niet op.
Met de weinig wind van 2 bft drijven we in 2 uur zeer rustig dus tot den Omloop op amper 5 mijl van de haven. Het kritische ondiepe punt indachtig waar we in oktober vastliepen, passeren we vlot . Vreugde van korte duur, van amper 100 m verder, varen we vast op een “verse” bobbel. Even full charge in achteruit en we draaien eraf.
Genoeg diepte, 2.4 m aan de verste steigers…
In den Omloop willen we de diepte aan de verste steigers testen. Het is er inderdaad 2,4 m diep en meren aan achter een motorbootje. De eigenaars zijn hun boot aan het poetsen, en mevrouw komt vragen of we een schepnet of een lange pikhaak hebben : ze hebben hun sleutels van huis en auto net laten vallen. Kurt heeft zijn duikgerief nog niet aan boord en het water is maar 10 graden. De man gaat even informeren bij een andere motorboot en komt snel terug met een zwaar magneet aan een koordje. De klus is snel geklaard, magneet het water in en enkele tellen later komen de sleutels, besmeurd natuurlijk, boven!
We poetsen de kuip en herstellen de buiskap die gehavend uit de laatste storm gekomen is. Die kan nog een seizoen mee …
Het is een rustige en niet te koude nacht. Na het ontbijt zetten we er het grootzeil op… En dan terug naar wolphaartsdijk. Een lekker warme lentedag…
Met het nieuwe seizoen voor de deur, willen we ons blog een beetje mooier maken. Ik hoop dat we er snel mee weg kunnen en dat het ook eenvoudiger is om foto’s te publiceren.
Geniet gerust mee van ons jubileum-jaar: 20 jaar geleden kochten we, zonder voorgeschiedenis, ons eerste zeilbootje, een Kievit 680, de Manta. Een korte column over deze ondoordachte aankoop vind je terug onder de tab “Hoe het allemaal begon”.